ZIT JE MET EEN VRAAG?

Neem supersnel contact op!

> Klik hier

Dossier: Buitenlandse woning

Bron: Taxwin

Heeft u nog geen aangifte gedaan van uw onroerend(e) goed(eren) in het buitenland? Dan zal u van de fiscus eerstdaags een herinneringsbrief krijgen…

Dossier buitenlandse woning
Foto door Leonardo Rossatti via Pexels

Onroerend goed gekocht vóór 2021 

De fiscus gaat het kadastraal inkomen (ki) van uw buitenlands onroerend goed bepalen aan de hand van een vragenlijst. Die kreeg u in de loop van de maand juni of oktober (indien het onroerend goed pas in 2020 aangekocht werd) toegestuurd.

Herinneringsbrief

Hoewel u tot 31.12.2021 de tijd heeft om de vragenlijst te beantwoorden, heeft de fiscus nu reeds een herinneringsbrief gestuurd indien u de aangifte nog niet deed.

Let op!  

Wanneer u uw aangifte in de personenbelasting samen met uw partner indient, heeft de fiscus u uit voorzorg beiden de herinneringsbrief bezorgd. Zelfs als slechts één van u een in het buitenland gelegen onroerend goed bezit. In dat geval moet uiteraard alleen u als eigenaar van het onroerend goed een aangifte indienen.

Onroerend goed aangekocht vanaf 2021

Wie vanaf 2021 een buitenlands onroerend goed verwerft, moe(s)t daarvan binnen de vier maanden aangifte doen.

Hoe uw aankoop aangeven? 

U kunt dat doen:

  • ofwel online via MyMinfin (‘Mijn woning’   ‘Mijn onroerende gegevens raadplegen’   ‘Een goed in het buitenland aangeven’);
  • ofwel door het ingevulde formulier te mailen naar foreigncad@minfin.fed.be of via de post op te sturen naar het volgende adres: FOD Financiën – AAPD – Cel buitenlands ki, Gaston Crommenlaan 6 bus 459, 9050 Ledeberg.

Let op!  

Geen aangifte indienen kan leiden tot een administratieve boete van € 250 tot € 3.000.

Vaststelling van het KI

Na ontvangst van uw aangifte(n) zal de fiscus voor elk buitenlands onroerend goed een ki vaststellen en u dat via aangetekend schrijven meedelen.

Gaat u niet akkoord, dan kunt u binnen een termijn van twee maanden bezwaar indienen tegen het betekende ki.

Samengevat

Indien u reeds vóór 2021 in het bezit was van een buitenlands onroerend goed, dan moet u de toegestuurde vragenlijst uiterlijk 31.12.2021 ingevuld terugsturen. De aankoop van een buitenlands onroerend ná 2021 moet u binnen de vier maanden aangeven.

In het buitenland gelegen onroerende goederen een beetje uitgediept

Vaststelling van het onroerend inkomen

👉 Algemeen

België werd op 12 november 2020 opnieuw veroordeeld door het Europees Hof van Justitie, voor het verschil in fiscale behandeling tussen Belgisch en buitenlands vastgoed dat niet beroepsmatig gebruikt wordt (HvJ, 12.11.2020, C842/19).

Dergelijk buitenlands vastgoed werd immers belast op basis van de huurwaarde of de werkelijke huurinkomsten, terwijl Belgisch vastgoed belast werd op basis van het kadastraal inkomen, dat gewoonlijk lager lag.

De Belgische fiscus heeft naar aanleiding van deze veroordeling zijn wetgeving aangepast (wet 17.02.2021, BS 25.02.2021). Sinds inkomstenjaar 2021 wordt het belastbaar inkomen voor buitenlandse onroerende goederen op dezelfde wijze vastgesteld als voor onroerende goederen gelegen in België (art. 7, §1, 2° WIB).

👉 Privégebruik

Het belastbaar inkomen van een gebouwd onroerend goed dat niet beroepsmatig gebruikt wordt, is gelijk aan het geïndexeerd kadastraal inkomen (ki) verhoogd met 40% en dat van een ongebouwd onroerend goed is gelijk aan het kadastraal inkomen, noch geïndexeerd, noch verhoogd met 40%.

Dat laatste is ook het geval als het verhuurd wordt overeenkomstig de pachtwetgeving en door de huurder gebruikt wordt voor land- of tuinbouw (ki).

Onroerende goederen in het buitenland - Karin Beeckman BV
Foto door Kenneth Carpina via Pexels

👉 Beroepsmatig gebruik

Het belastbaar inkomen van een onroerend goed dat gebruikt wordt voor beroepsdoeleinden hangt af naargelang het gebruikt wordt door de belastingplichtige zelf of door een huurder.

De inkomsten van onroerende goederen die voor de beroepsactiviteit van de belastingplichtige gebruikt worden, maken deel uit van diens beroepsinkomsten en worden op deze manier vastgesteld (art. 37 WIB).

Het belastbaar inkomen van een onroerend goed dat wordt verhuurd aan derden (natuurlijke personen of rechtspersonen) die het onroerend goed voor beroepsdoeleinden aanwenden, stemt overeen met de werkelijk ontvangen huur en de huurvoordelen.

De ontvangen huur en huurvoordelen mogen echter niet minder bedragen dan het belastbaar inkomen dat vastgesteld zou worden, mocht het privé gebruikt worden (art. 7, §1, 2°, c WIB).

Het bruto-inkomen mag tot slot nog verminderd worden met een kostenforfait (art. 13 WIB).

Toelichting

Sinds inkomstenjaar 2021 mag de buitenlandse (betaalde) belasting niet meer in mindering gebracht worden van het belastbaar inkomen. Dat is ook het geval wanneer het belastbaar inkomen bepaald wordt op grond van de ontvangen huur en huurvoordelen.

Belastingregime

👉 Dubbelbelastingverdrag

Bevindt het onroerend goed zich in een land waarmee België een dubbelbelastingverdrag (DBV) gesloten heeft, en de onroerende inkomsten worden belast in dat land, dan zijn deze inkomsten in België vrijgesteld van belasting, met progressievoorbehoud (art. 155 WIB).

Progressievoorbehoud betekent dat de inkomsten weliswaar vrijgesteld zijn, maar wel in rekening gebracht worden om te bepalen in welke belastingschaal de andere inkomsten vallen. Ze ‘duwen’ als het ware de andere belastbare inkomsten in een hogere belastingschaal.

👉 Geen dubbelbelastingverdrag

In afwezigheid van een DBV wordt de belasting met betrekking tot de onroerende inkomsten verminderd tot de helft (art. 156, lid 1, 1° WIB), zelfs als het inkomen volledig vrijgesteld is in het buitenland (Comm. IB 155/13).

Fiscale voordelen

Onroerende goederen in het buitenland geven, onder bepaalde voorwaarden, recht op dezelfde fiscale voordelen als voor de eigen woning in België. Dat is ook zo voor Belgische verhuurde onroerende goederen. Maar meestal uitsluitend wanneer het onroerend goed in de EER gelegen is.

Nog vragen hierbij?
Ons boekhoudteam staat voor je klaar!

Belastingvoordeel voor investering in laadpalen!

Bron: Taxwin

In het kader van de ‘vergroening’ van het wagenpark komt er een fiscale stimulans voor wie in laadpalen investeert tussen 01.09.2021 en 31.08.2024.

Voor eenmanszaken en vennootschappen gaat het om een verhoogde kostenaftrek, voor particulieren gaat het om een belastingvermindering. Wat moet u hierover weten? 🙄

Verhoogde kostenaftrek voor eenmanszaken en vennootschappen

Voorwaarden 🙂

Zelfstandigen en vennootschappen die laadpalen installeren tussen 1 september 2021 en 31 augustus 2024 hebben recht op een verhoogde kostenaftrek.

Voorwaarden zijn dat de laadpaal:

  • nieuw is en goedgekeurd is door een erkend keuringsmechanisme;
  • op ‘groene’ stroom werkt en ‘intelligent’ is (laadtijd en laadvermogen kunnen gestuurd worden tegen uiterlijk 01.01.2023);
  • over minstens vijf belastbare tijdperken wordt afgeschreven;
  • ‘publiek toegankelijk’ is (minstens gedurende de gangbare openingstijden of sluitingstijden van de onderneming vrij toegankelijk is).

Fiscaal voordeel 👌

Men heeft recht op een verhoogde kostenaftrek ten belope van 200% voor de afschrijvingen betreffende investeringen gedaan in 2021 en 2022. En op 150% voor de afschrijvingen betreffende investeringen gedaan in 2023 en 2024.

Belastingvermindering voor particulieren

Voorwaarden 🙂

Particulieren die aan hun woning een laadpaal installeren tussen 1 september 2021 en 31 augustus 2024 hebben eenmalig (dus niet jaar na jaar) recht op een belastingvermindering.

Voorwaarden zijn dat de laadpaal onder meer:

  • nieuw is en goedgekeurd is door een erkend keuringsmechanisme;
  • niet door de belastingplichtige zelf geïnstalleerd is;
  • op ‘groene’ stroom werkt en ‘intelligent’ is (laadtijd en laadvermogen kunnen gestuurd worden tegen uiterlijk 01.01.2023);
  • geïnstalleerd wordt in of in de onmiddellijke nabijheid van de woning waar de belastingplichtige zijn woonplaats gevestigd heeft.

Fiscaal voordeel 👌

De belastingvermindering bedraagt 45% voor de uitgaven gedaan in 2021 en 2022, 30% voor de uitgaven gedaan in 2023 en 15% voor de uitgaven gedaan in 2024.

De belastingplichtige heeft slechts eenmalig (dus niet jaar na jaar) recht op een belastingvermindering. Bovendien wordt de uitgave waarop de belastingvermindering berekend zal worden geplafonneerd op € 1.500 per laadpaal en per belastingplichtige.

Bron: Wetsontwerp houdende fiscale en sociale vergroening van de mobiliteit

Samengevat

Zelfstandigen en vennootschappen kunnen de gemaakte kosten ten belope van 200% afschrijven, op voorwaarde dat de laadpaal publiek toegankelijk is.

Particulieren hebben recht op een eenmalige belastingvermindering van 45%.

Nog vragen hierbij?
Ons boekhoudteam staat voor je klaar!

Nog kosten na stopzetting eenmanszaak?

Bron: Taxwin

Na de stopzetting van uw eenmanszaak betaalt u nog enkele rekeningen die daarmee verband houden. Kunt u die kosten dan nog aftrekken in uw privé-aangifte? Wat met uw investeringen die nog niet volledig afgeschreven waren? 🤔

Bord met Sorry we're closed op. Wat met kosten na stopzetting van je eenmanszaak?
Foto door Tim Mossholder via Pexels

Kosten na stopzetting

Speciale code in de aangifte

Voor kosten die u maakt na stopzetting van uw eenmanszaak en die er betrekking op hebben, bestaat er een aparte aangifterubriek. Het is dus voorzien dat u die kosten nog mag aftrekken van uw beroepsinkomsten. 👍

Welke kosten?

De meest voorkomende kosten zijn sociale bijdragen. U weet dat die in eerste instantie voorlopig zijn en pas na een tweetal jaar definitief vastgesteld worden. Het is dus niet ondenkbaar dat u nog sociale lasten moet betalen, zelfs ruim na datum van stopzetting van uw activiteit.

Wat schrijft de wet voor?

Kosten moeten gedaan of gedragen zijn om belastbare beroepsinkomsten te verwerven of te behouden (art. 49 WIB 92) . Het is echter niet nodig dat de inkomsten in hetzelfde belastbare tijdperk gerealiseerd worden als datgene waarin de kosten gemaakt worden.

Ruime interpretatie

Dat dat ruim geïnterpreteerd mag worden, heeft een collega-ondernemer ondervonden. Hij had na de stopzetting van zijn eenmanszaak nog uitgaven inzake huur, verzekering, beveiliging, boekhouding, enz. gedaan en wilde die nog aftrekken als beroepskosten.

De fiscus was het daar niet mee eens, want hij vond de kosten buitensporig, omdat ze nog over een te lange periode na stopzetting gespreid werden.

Rechter komt tegemoet

Die gaf de fiscus immers geen gelijk!

Alle kosten konden verantwoord worden, zoals:

  • Facturen van de boekhouder, zelfs een jaar na de stopzetting, met betrekking tot diens werkzaamheden voor de aangifte personenbelasting.
  • Er werden ook nog huurgelden betaald tot enkele maanden na de stopzetting, omdat de huur niet meteen stopgezet kon worden.
  • Gedurende die periode moest de veiligheid ook nog gegarandeerd worden en werden er nog kosten van beveiliging gemaakt, net als de brandverzekering van die gebouwen (Gent, 18.05.2021) .

Tip!

Bewaar bewijsstukken om aan te tonen dat u er alles aan gedaan heeft om de lopende kosten te beëindigen.

Wat met uw investeringen?

In één keer afschrijven?

In het jaar van stopzetting mag u normaal gezien niet meer afschrijven. U mag wel eventueel uitzonderlijke afschrijving boeken om de boekwaarde terug te brengen naar de vermoedelijke verkoopwaarde.

Geeft u activa (investeringen) gratis weg aan een goed doel bij stopzetting of n.a.v. stopzetting, dan schrijft u daar niet meer op af in jaar van stopzetting. Uw boekhouder zal dan de boekwaarde uitboeken t.o.v. een gerealiseerde minderwaarde. Die minderwaarde zal echter niet aftrekbaar zijn, want dat betreft een zgn. liberaliteit.

Tip !

Zorg voor voldoende stavingsstukken, want anders zou de fiscus kunnen denken dat u de machine in het zwart verkocht heeft. ☝

Opgepast bij verkoop

Opteert u om uw machines te verkopen, dan zal u enkel belast worden op een eventuele meerwaarde.

Wanneer u dus minder of evenveel vraagt dan wat de investering fiscaal gezien nog waard is, zal u op de opbrengst niet belast worden.

Vraagt u daarentegen meer dan de boekhoudkundige waarde bij stopzetting, dan realiseert u een belastbare meerwaarde.

Tip!

In geval van een vrijwillige stopzetting worden de door u gerealiseerde meerwaarden op materiële vaste activa belast tegen een afzonderlijk tarief van in principe 16,5%. ☝

Samengevat

Kosten die u na stopzetting nog maakt, zijn in principe nog aftrekbaar. De fiscus zal de aftrek willen beperken tot de meest voor de hand liggende kosten, maar u mag dat ruim interpreteren, zolang u maar alles kunt verantwoorden. Let wel op met nog niet-afgeschreven investeringen. Gebruikt u ze nadien privé verder, dan verliest u een deel van de afschrijvingen. Verkoopt u ze, maak dan niet te veel meerwaarde. 👌

Nog vragen hierbij?
Ons boekhoudteam staat voor je klaar!

Verdeelrecht na erfenis of schenking: wat en waarop?

Bron: Taxwin

Notaris bespreekt verdeelrecht na erfenis met cliënten


Onverdeeldheid? 🧐

Na een erfenis of schenking komt het vaak voor dat een vastgoed in onverdeeldheid toebehoort aan meerdere eigenaars.

Denken we bv. aan de ouderlijke woning die door de kinderen geërfd wordt of het buitenverblijf dat aan alle kinderen geschonken wordt.

Elke mede-eigenaar kan dan vrij over zijn onverdeeld deel in de woning beschikken, zoals verkopen of schenken.


Overkopen! 🤓

Stel dat drie kinderen samen een woning van de ouders hebben geërfd of geschonken gekregen en een van die drie de anderen wil uitkopen.

In dat geval is niet het gewone registratierecht van toepassing dat 10% bedraagt in Vlaanderen (12% vanaf 01.01.2022) en 12,5% in Brussel en Wallonië, maar het zgn. verdeelrecht dat 2,5% bedraagt in Vlaanderen en 1% in Wallonië en Brussel.


Waarop 1% of 2,5%? ☝

Als één kind de twee andere uitkoopt, betaalt hij 2,5% (1%) op de totale waarde van de woning en dus niet op de waarde van 2/3 van de woning. Dat komt omdat daardoor de onverdeeldheid ophoudt.

Koopt een kind het 1/3 van de andere zodat hij eigenaar wordt van 2/3, dan betaalt hij slechts op dat 1/3 van de afgestane fractie omdat de onverdeeldheid niet ophoudt.

Samengevat

Koopt een van de kinderen de andere volledig uit, dan is het verdeelrecht (1% of 2,5%) van toepassing op de volledige waarde van het huis. Hier is geen sprake meer van onverdeeldheid.

Als de onverdeeldheid blijft bestaan na de aankoop, dan wordt het verdeelrecht berekend op het aangekochte deel 👍

Nog vragen hierbij?
Ons boekhoudteam staat voor je klaar!


Je kind als medebestuurder aan de slag in je BV?

Bron: Taxwin

Uw zoon of dochter is dit jaar afgestudeerd en zou in uw BV aan de slag gaan. U zou hem of haar willen benoemen als medebestuurder. Wat zijn dan de belangrijkste juridische en fiscale aandachtspunten?

Je kind als medebestuurder in je BV: goed idee?

Hoe uw kind tot bestuurder benoemen?

De algemene vergadering (AV) beslist 

De AV beslist met een gewone meerderheid van stemmen over de benoeming van bestuurders. U hoeft wel niet te wachten tot de jaarvergadering in het voorjaar van 2022. U kunt eerder al een zgn. bijzondere AV houden met de benoeming als enig agendapunt.

Tip 1.  Een bijzondere AV is geen buitengewone AV en moet niet voor een notaris gehouden worden.

Tip 2.  Gaat u dit jaar toch al een buitengewone AV houden om de statuten van uw BV aan te passen aan het nieuwe vennootschapsrecht, dan kunt u die wel gebruiken om ook uw kind te benoemen.

Welke formaliteiten?

De benoeming moet bekendgemaakt worden door de neerlegging van formulieren op de griffie van de ondernemingsrechtbank. Uw boekhouder kan dit voor u doen.

De griffie zorgt voor de publicatie in het Staatsblad en de wijziging in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO). Van 01.03.2021 tot en met 28.02.2022 kost de publicatie € 168,19 (incl. btw).

Wat met ontslag?

Als u op een bepaald ogenblik het bestuursmandaat wilt beëindigen, kan dat op dezelfde wijze, dus met een beslissing van de AV, en met bekendmaking via de ondernemingsrechtbank en het Staatsblad. Er is bv. geen opzegtermijn of opzeggingsvergoeding.

Welke bevoegdheden heeft uw kind dan?

Dezelfde als u? 

In principe wel.

Elke bestuurder van een BV kan volgens de wet alles doen wat nodig of dienstig is om het voorwerp van de vennootschap te verwezenlijken en waarvoor niet de AV bevoegd is (art. 5:73, §1, lid 1 WVV) .

U kunt in de statuten wel een taakverdeling afspreken of overeenkomen dat uw kind sommige beslissingen, bv. boven een bepaald bedrag, niet alleen kan nemen, maar zulke afspraken werken enkel intern. Derden zoals leveranciers of klanten moeten daar geen rekening mee houden (art. 5:73, §1, lid 1 WVV) .

Tip!  

Wat naar derden toe wel werkt, is een bepaling in de statuten dat enkel ú de BV kunt vertegenwoordigen (art. 5:73, §2 WVV) maar uw kind kan dan de vennootschap helemaal niet vertegenwoordigen, ook niet voor kleinigheden.

Hoeveel loon moet uw kind krijgen?

Bepaalt u dat ook zelf?

Ja, de AV beslist met een gewone meerderheid of de bestuurders een loon krijgen en hoeveel. U kunt dus zowel beslissen om bv. voor 2021 nog geen loon toe te kennen, een beperkt loon of al een groot loon.

Tip.  Als uw kind nog bij u woont, is het normaal gezien beter om voor 2021 nog geen loon of een beperkt loon toe te kennen, zodat het voor dit jaar nog ten laste kan blijven van u.

Let op 1!  Zelfs als uw kind geen loon krijgt, moet het zich aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds. Het moet ook de minimumbijdragen betalen.

Let op 2!  U verliest het recht op kinderbijslag zodra uw kind zelfstandige in hoofdberoep is.

Aftrekbaar voor uw BV?

Het loon voor uw kind is een aftrekbare kost. Houd er wel rekening mee dat de zgn. minimumbezoldiging voor het verlaagd tarief van de vennootschapsbelasting aan één bestuurder toegekend moet worden.

Uw eigen loon verminderen met het bedrag dat uw kind als loon krijgt, is daarom normaal gezien geen goed idee.

Samengevat

U benoemt uw kind tot bestuurder met een AV. Het heeft dan in principe dezelfde bevoegdheden als uzelf. Met een statutaire clausule kunt u wel de vertegenwoordigingsbevoegdheid voor u reserveren. U beslist via de AV of en hoeveel loon uw kind krijgt. Houd daarbij rekening met het maximum dat uw kind mag verdienen om voor 2021 nog ten laste te kunnen zijn.

Nog vragen hierbij?
Ons boekhoudteam staat voor je klaar!

Hogere dagvergoeding sinds 01.10.2021

Bron: Taxwin

Sinds 01.10.2021 kunnen bedrijfsleiders van vennootschappen zichzelf een iets hogere dagvergoeding toekennen. Om hoeveel gaat het en wat zijn de spelregels? 🤔

Ondernemer stapt in wagen
Foto door Pavel Danilyuk via Pexels

Forfaitaire dagvergoeding

Als u binnen België een dienstverplaatsing van minstens zes uur maakt, dan mag u zich hiervoor een forfaitaire dagvergoeding uitkeren.

Deze kost is volledig aftrekbaar in uw vennootschap en u wordt er privé niet op belast zolang die vergoeding niet hoger ligt dan wat federale ambtenaren krijgen voor hun dienstreizen.

Hetzelfde principe geldt voor de forfaitaire vergoedingen die u aan uw personeel toekent. 👍

Hoeveel?

Het forfait dat de fiscus aanvaardt bedroeg € 17,41 per dag voor de periode van 01.04.2020 tot en met 30.09.2021.

Sinds 01.10.2021 mag u zichzelf, als gevolg van de indexatie, € 17,75 per dag toekennen. Het gaat dus om een stijging van 1,95%. 🙂

Let op!

De RSZ hanteert andere bedragen dan de fiscus. Voor dagvergoedingen die u toekent aan uw werknemers, beperkt u het bedrag daarom best tot € 17. 😉

Let op 2!

Onder verblijfskosten moet worden verstaan: de andere kosten dan de eigenlijke verplaatsingskosten, namelijk de kosten van maaltijden als gevolg van prestaties die buiten de onderneming maar voor haar rekening worden geleverd.

Wanneer maaltijdcheques worden toegekend om de maaltijdkosten gedurende binnenlandse dienstreizen te vergoeden, moet de werkgeverstussenkomst in de maaltijdcheque in mindering worden gebracht van de forfaitaire vergoeding. ☝

Dagelijks op de baan?

Dan mocht u zich het maximumbedrag van € 278,56 per maand (dus beperkt tot 16 dagen per maand) toekennen. Sinds 01.10.2021 bedraagt dit € 284 (€ 17,75 x 16) per maand. 💪

Hogere werkelijke kosten?

Indien u kunt aantonen dat de werkelijk gedragen kosten hoger liggen dan deze forfaitaire bedragen, mag u nog steeds dit hoger bedrag uitbetalen. 😀

Samengevat

Voor de dagen waarop u minstens zes uur op de baan bent, kunt u zich sinds 01.10.2021 een belastingvrije dagvergoeding van € 17,75 uitkeren. Bent u dagelijks op de baan, dan kunt u zich per maand maximaal € 284 uitkeren! Let op met cumul maaltijdcheques 👍

Nog vragen hierbij?
Ons boekhoudteam staat voor je klaar!

Tweede auto fiscaal inbrengen, kan dat?

Bron: Taxwin

De kosten van een auto die u voor uw zaak gebruikt, zijn zoals u weet aftrekbaar, weliswaar beperkt.

Kunt u echter ook een tweede auto fiscaal inbrengen? Is dat interessant, en zo ja, hoe overtuigt u de controleur als die de aftrek in vraag stelt?

Enkele sjieke bedrijfswagens op een rij: fiscaal aftrekbaar of niet?

Kan het en is het interessant?

Aftrek van autokosten

Wanneer u een personenauto voor uw zaak gebruikt, zijn de kosten aftrekbaar, maar met een dubbele beperking.

Ten eerste moet u de kosten beperken in verhouding tot het beroepsgebruik. Daarna moet u de beroepskosten nog beperken met de zgn. gramformule.

Voor camionettes of andere echte lichte vrachtauto’s moet u enkel de eerste beperking toepassen, niet de tweede. Omdat er normaal gezien geen of minimaal privégebruik is, zijn de kosten daarvan dus meestal zo goed als 100% aftrekbaar.

Slechts één auto mogelijk?

Neen, nergens in de wet staat dat u maar van één auto kosten zou mogen inbrengen.

Als u effectief twee auto’s gebruikt voor uw zaak, zijn dus in principe ook de kosten van beide aftrekbaar. Uiteraard ook met de beperking tot het beroepsgebruik en voor personenauto’s de beperking met de gramformule.

Moet u daarvoor met twee werken?

Niet noodzakelijk. Het is natuurlijk wel meer voor de hand liggend dat er twee auto’s gebruikt worden als uw partner ook in de zaak werkt. Maar als u alleen werkt, is de aftrek van de kosten van twee auto’s niet per definitie uitgesloten.

Bent u bv. een aannemer, dan is het nogal evident dat u zowel een personenauto als een camionette of andere lichte vrachtauto heeft. Bent u bv. consultant, dan gebruikt u mogelijk een grote personenauto voor verdere verplaatsingen en een kleinere voor de stadsritten.

Is het interessant?

Dat hangt van geval tot geval af. Houd er rekening mee dat als u alleen bent, u natuurlijk wel op hetzelfde moment maar één auto kunt gebruiken.

Anders gezegd, als u een tweede personenauto gaat gebruiken voor uw zaak, zal u de aftrek voor uw eerste auto normaal gezien moeten verminderen. Uw aantal beroepsmatige kilometers stijgt immers in principe niet, maar verdeelt u nu over twee auto’s.

Bekijk met uw boekhouder wat het concrete resultaat voor uw belastingen zou zijn als u een tweede auto zou inbrengen. Eventueel kan de conclusie zijn dat u de tweede auto toch beter enkel voor uw privéverplaatsingen gebruikt.

Hoe overtuigt u uw controleur?

Bewijslast ligt bij u

Aangezien het gaat om de aftrek van beroepskosten, moet u bewijzen dat u ze gemaakt heeft om belastbare beroepsinkomsten te verkrijgen of te behouden. Het is dus aan u om aan te tonen dat beide auto’s voor de zaak gebruikt worden, en in welke mate.

Hoe bewijzen?

Zeker als u alleen werkt, zal de controleur zich niet zo gemakkelijk laten overtuigen door alleen maar uw uitleg, hoe redelijk die ook mag klinken. Daarom is het aan te raden om van beide auto’s het beroepsgebruik bij te houden met een kilometeradministratie.

Tip 1. U houdt best ook het beroepsgebruik bij als u niet alleen werkt. Als u met twee werkt, is het immers wel aannemelijker dat u allebei een auto gebruikt voor de zaak, maar nog niet bewezen. Ga er dus niet van uit dat de controleur de aftrek niet in vraag zal stellen.

Tip 2. Van uw privékilometers hoeft u geen overzicht bij te houden. Daar vraagt u geen aftrek voor, en heeft de controleur geen zaken mee.

Tip 3. De controleur kan de aftrek van bewezen beroepskosten niet weigeren, omdat u volgens hem de verplaatsingen toch ook met één auto zou kunnen doen, en dus de tweede auto niet ‘nodig’ is. Dat is immers een zgn. opportuniteitsoordeel, en dat is verboden. Enkel wanneer hij aantoont dat u echt overdrijft, kan hij het overdreven gedeelte van de kosten verwerpen.

Samengevat

In principe is kostenaftrek van twee auto’s mogelijk, ook als u alleen werkt, maar bekijk met uw boekhouder of het ook wel opportuun is. Als u op jaarbasis bv. 30.000 beroepskilometers aftrekt, zal de fiscus uiteraard niet aanvaarden dat u plots het dubbele aftrekt. U houdt het beroepsgebruik van beide auto’s het best bij met een kilometeradministratie.

Nog vragen hierbij?
Ons boekhoudteam staat voor je klaar!

Is het een kost of een investering?

Bron: Taxwin

Wanneer u iets aankoopt voor uw bedrijf of werken laat uitvoeren, rijst soms de vraag of uw boekhouder de aankoop moet verwerken als een kost of als een investering.

Op basis van welke criteria wordt het onderscheid gemaakt? Heeft u soms de keuze? En wat is fiscaal gezien eigenlijk het meest interessant?

Je kantoor laten schilderen: een kost of een investering?

Kost of investering: hoe maakt u het onderscheid?

Wat is het probleem? 

In de meeste gevallen is er eigenlijk geen twijfel mogelijk. Zo spreekt het voor zich dat de aankoop van een gebouw of een auto een investering is, en de aankoop van printpapier of schoonmaakproducten niet.

Voor sommige uitgaven is het onderscheid echter minder duidelijk. Denk bv. aan renovatiewerken in uw kantoor, een update van uw IT-systeem, de vervanging van de motor van uw auto, …

Welke criteria? 

Het onderscheid wordt in principe gemaakt op basis van de economische levensduur van de uitgave. Bedraagt die meer dan één jaar, dan gaat het om een investering.

Een nuance op dit principe is dat dit enkel geldt voor uitgaven die een vernieuwing, verbetering of uitbreiding inhouden.

Uitgaven die dienen om een bestaande investering te onderhouden, te herstellen of onderdelen ervan te vervangen, zijn geen investeringen, maar direct aftrekbare kosten. Ook met deze criteria blijft er echter een grijze zone en dus ruimte voor discussie, vooral voor werken aan gebouwen. Uiteindelijk is dit een zgn. feitenkwestie.

Voorbeelden uit de rechtspraak

Een rechter aanvaardde dat schilderwerken een pand enkel opfristen en niet noodzakelijk een meerwaarde met zich meebrachten in geval van een eventuele verkoop, en daarom direct in kosten mochten geboekt worden (Gent, 05.11.2002) .

In een ander dossier kreeg de fiscus echter gelijk dat het bedekken van een dak met een volledig nieuwe roofing, een investering was, omdat dit werk geleid had tot een verlenging van de gebruiksduur van het gebouw (Antwerpen, 06.10.2015) .

Tip!

Een hoge prijs is een aanwijzing dat het over een investering gaat, maar geen bewijs. De controleur kan de boeking in kosten van een uitgave dus niet weigeren enkel wegens de hoogte van het bedrag. Zo is een printer van € 500 een investering, maar een onderhoudsfactuur van € 5.000 een kost.

Wat is fiscaal het meest interessant?

Direct in kosten?

Op het eerste gezicht wel. Als u een uitgave in de kosten boekt, komt die in één keer, in het jaar van de aankoop in mindering van de belastbare inkomsten. Boekt u een uitgave als investering, dan komt ze trager in aftrek, nl. gespreid over de levensduur via afschrijvingen.

Let op! 

Heeft u een vennootschap, en aanvaardt de controleur de boeking in kosten niet, dan kan het gevolg zijn dat uw loon in vergelijking met de verhoogde fiscale winst niet meer volstaat voor het verlaagde tarief (art. 215, lid 3, 4° WIB 92) .

Wilt u zware uitgaven meteen in kosten boeken, dan zorgt u er het best voor dat uw loon ook na een weigering van de directe aftrek nog hoog genoeg is om het verlaagde tarief te behouden.

Als investering?

Een boeking als investering biedt ook een niet verwaarloosbaar voordeel. Als het gaat om een nieuwe investering, heeft u immers in principe recht op de investeringsaftrek (IA). Aangezien het tarief van de IA voor investeringen tot en met 31.12.2022 25% bedraagt, brengt u zo 125% van de uitgave in min van de belastbare inkomsten, tegenover maar 100% bij een boeking als kost.

Let op! 

Om recht te geven op de IA moet de investering wel over ten minste drie jaar afgeschreven worden (art. 75, 4° WIB 92) .

Samengevat

  • Een vernieuwing, verbetering of uitbreiding met een economische levensduur van meer dan een jaar is in principe een investering, maar er blijft een grijze zone.
  • Een uitgave direct in kosten boeken, levert de snelste belastingbesparing op.
  • Maar nieuwe investeringen die over ten minste drie jaar afgeschreven worden, geven bijkomend naast de afschrijving in principe recht op de investeringsaftrek van 25%.

Nog vragen hierbij?
Ons boekhoudteam staat voor je klaar!

Schrijf je te snel af volgens de controleur?

Bron: Taxwin

Zoals je weet, mag je investeringen niet in één keer in de kosten nemen, maar moet je die afschrijven. Een klassieker bij een belastingcontrole is dat de controleur vindt dat sommige investeringen te snel afgeschreven worden.

Wat als de fiscus de afschrijvingstermijn wil verlengen? En hoe verweer je je?

Schrijf je te snel af volgens de controleur
Foto door Nataliya Vaitkevich via Pexels

Hoe snel afschrijven?

Gebruiksduur

De afschrijvingstermijn van een investering is gelijk aan de normale gebruiksduur ervan. U moet die normale gebruiksduur ramen op het moment dat u een investering aanschaft.

Let op 1! 

Voor zgn. immateriële vaste activa, bv. cliënteel, en voor bedrijfsfietsen mag de termijn niet korter zijn dan 5 resp. 3 jaar.

Let op 2! 

Bovendien moet een investering over ten minste 3 jaar afgeschreven worden (art. 75, 4° WIB 92) om recht te geven op de investeringsaftrek, van momenteel (tot 31.12.2022) 25%.

Wat vindt de fiscus? 

Die heeft voor meerdere soorten investeringen een afschrijvingstermijn bepaald die hij ‘redelijk’ vindt (Comm. IB 61/104-135), namelijk:

  • 20 jaar voor industriële gebouwen
  • 33 jaar voor handels- en kantoorgebouwen
  • 5 jaar voor rollend materieel
  • 10 jaar voor meubilair

De meeste controleurs doen moeilijk als u sneller afschrijft, bv. meubels op 5 jaar, een auto op 3 jaar.

Andere regels voor kmo’s dan voor eenmanszaken? 

Ja, dat klopt! Sinds 01.01.2020 lopen de regels niet meer gelijk.

Eenmanszaken… kunnen nog altijd een volledig jaar afschrijven op een investering, ook al is die pas op bv. 10.12.2021 aangeschaft. Daarnaast kan een eenmanszaak ook nog zgn. degressief afschrijven (het dubbele van het lineaire percentage).

Vennootschappen… moeten pro rata afschrijven! Diezelfde investering die op 10.12.2021 gekocht wordt, kan een kmo dus nog maar voor 21/365 afschrijven in 2021 en dat moet verplicht lineair gebeuren.

Kosten kwijt? 

Neen, het deel van de afschrijvingen dat de controleur voor een bepaald jaar niet aanvaardt omdat hij de afschrijvingstermijn te kort vindt, het zgn. afschrijvingsexcedent, gaat niet verloren. De aftrek ervan, en dus de belastingbesparing dankzij die aftrek, wordt enkel over een langere termijn gespreid.

Hoe verweert u zich?

Concrete feiten

De afschrijvingstermijnen die de fiscus redelijk vindt, zijn niet te nemen of te laten. Als u kunt aantonen dat de geraamde gebruiksduur van een investering korter is dan de termijn die de fiscus normaal vindt, moet de fiscus dat aanvaarden.

Zorg ervoor dat u concrete feiten kunt aanvoeren die de kortere afschrijvingstermijn verantwoorden, zoals een verwacht intensief gebruik van de investering.

U heeft een akkoord

Heeft u eerder al controle gekregen van de afschrijvingstermijnen die nu betwist worden, en werden die toen aanvaard, dan heeft u een akkoord, zelfs als dat niet op papier staat.

De fiscus kan dat akkoord enkel voor de toekomst in vraag stellen, d.w.z. dat de wijziging slechts uitwerking heeft vanaf het jaar dat aanvangt na dat waarin de controle plaatsvindt.

Let op 1! 

U kunt zich niet op een akkoord beroepen als uw belastingaangiftes al jaren gewoon aanvaard werden zonder dat de controleur de afschrijvingen onderzocht heeft (Antwerpen, 07.10.2014) .

Let op 2! 

Dat een collega van u eenzelfde soort investering even snel afschrijft als u, is helaas geen argument. Het is niet omdat zijn controleur niet moeilijk doet over de afschrijvingstermijn, dat uw controleur die termijn ook bij u moet aanvaarden (Gent, 27.09.2016) .

Samengevat

U bent de afschrijvingskosten die voor een bepaald jaar niet aanvaard worden niet kwijt. Zorg ervoor dat u een kortere afschrijvingstermijn dan de fiscus normaal vindt, kunt verantwoorden met concrete feiten, bv. intensief gebruik, kwaliteit van de investering, enz.

Nog vragen hierbij?
Ons boekhoudteam staat voor je klaar!